l i f e l o g loflieg geillof

over deze site
Sinds september twee duizend en drie is deze site een onderdeel van het schrijfproject 'Het drek der aarde'; een semi autobiografisch manuscript in wording.

U kunt hier het schrijfproces tot op zekere hoogte volgen, losse fragmenten lezen en, op een nog nader te bepalen tijdstip, hoofdstukken downloaden.

Alle teksten en spelfouten zijn eigendom van Stefan Klee en mogen op generlei wijze gebruikt of gereproduceerd worden.

over het boek
Werktitel: Het tijdsimperium van Tempo Tempo
aantal bladzijden tot nu toe: 54
gemiddeld overschrijven: 8 keer per pagina
geschatte tijd tot voltooing: 12 maanden

mailen
Heeft U aan- of opmerkingen kunt U mij mailen: oxysm69(at) hotmail.com

de archieven

<$BlogArchiveName$>  

links naar andere sites

cioran
niemsz
drunkmen
tonie

 

Zoals het klokje thuis tikt 
Misschien iets anders: Ik host mijn website sinds twee dagen gewoon vanaf mijn eigen PC, die meestal aan staat.
Het is even wennen, maar toch. Vroeger of later neem ik wel een domein die naar mij verwijst, ondertussen zal U het met http://213.10.136.21 moeten doen.

http://213.10.136.21
dus, zonder DNS.
Bericht aan mijn lieve bezoekers (30 october 2003) 
Ik ben bezig om mijn volgende website te hosten vanaf mijn eigen PC, de personal computer. Alles is reeds in de maak en het werkt ook. Het wachten is op een vrij weekend en een goed werkende adsl aansluiting, dan zal het moeten werken. Ik zal dit lifelog aanhouden voor mijn schrijfpraktijken die onverhindert door zullen gaan. Ik hoop U binnenkort op een nieuw domein te zullen aantreffen en misschien kunnen we wat contacten leggen her en der?

Ik moet nu gauw weer verder. Tot ziens.
(Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden; nota bene) 
Hieronder staan zeven losse stukken, die te maken hebben met mijn leven in Rotterdam in de jaren 90 en mijn kindertijd in de jaren 70. Zoals het met herinneringen gaat, zijn deze tijdloos en a-chronologisch. Naarmate dit stuk verder vordert, zal ik alles netjes op z'n plaats zetten.
uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 7) 
Behalve mensen, diens gestalte ik mij nauwelijks meer voor de geest kan halen en die achter zijn gebleven als warme handen die, bij wijze van begroeting, vlug over mijn krullenbol aaiden, waren er ook mensen, die vaker op bezoek kwamen en dus tot vrienden gerekend konden worden, althans, dat nam ik aan. Meestal namen ze hun kinderen mee, meisjes in de regel, want die schenen in trek te zijn.
Zo herinner ik mij Dominique, een blond meisje met wie ik medelijden had omdat ze zo lelijk was als de nacht, maar die mooie verhalen in het donker kon vertellen en mij dikwijls bang maakte met zombies, die onder mijn bed woonden en de boeman die wachtte tot ik in slaap zou vallen en mij dan levend zou verzwelgen of mee zou nemen naar de hel.

uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 6) 
Toen ik nog een klein kind was, kwamen er dikwijls mensen van verscheidene origine ons huis binnen lopen, om zich te verzadigen aan de spijzen en flessen wijn, die mijn vader meenam uit Verweggistan.

Mijn vader, die zijn leven gewijd had aan de alcohol en de hoeren – U zou kunnen zeggen dat ik zijn evenbeeld heb geëvenaard, maar dat is slechts schijn, de hoeren uit mijn leven zijn allen nette burgers, die ik beschouw als kennissen en dierbaren, – maakte van elke gelegenheid gebruik om zijn drankvoorraad aan de man te brengen. Meestal escaleerden zulke avonden aan het einde en werd moeder lachend naar de grond geslagen, die dan in huilen uitbarstte en zweerde op het graf van deze of gene, dat ze op een dag samen met ‘haar kinderen’ naar het, toen nog, komunistiese Hongarije zou vertrekken, iets dat ik niet zag zitten, want in Hongarije was het altijd snikheet en in de supermarkten was nooit iets lekkers te koop.

uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 5) 
Zo had ik op een avond, samen met Hendrik, die drie uur lang over mijn schrijfmachine gebogen zat en binnensmonds ondefinieerbare klanken uitspuwde, bedacht, dat het wel eens grappig zou zijn om een fantastisch apparaat te fabriceren, dat met immens hoge druk op een willekeurige plek in het plafond, water, of een substantie van soortgelijke strekking, door het beton omhoog kon spuiten, zodat het, bij voorbeeld, de woonkamer van de bovenburen binnen één enkele nacht zou kunnen veranderen in een klein meertje. De waterschade zou vervolgens zo omvangrijk zijn, dat de woning onleefbaar verklaard zou worden en zij noodgedwongen moesten verhuizen. Alleen was ik toen vergeten dat ik dan waarschijnlijk ook moest verhuizen en dat vond ik wel iets minder.

Drie weken later smeerde ik het trappenhuis in met vloeibare zeep in de hoop dat mijn bovenbuurvrouw, niets vermoedend de eerste trede opstappend, het gehele trappenhuis in haar bloemetjesjurk naar beneden zou flikkeren, maar ook dit scheen niet te gebeuren, want weken er naar liep zij nog steeds stampvoetend door het huis. Wel kwam zij eens aan mijn deur, om te vragen of ik de muziek niet iets zachter kon zetten, niet meer na tienen op mijn schrijfmachine wilde typen en ook niet zo hard wilde snurken, want daar hadden zij erg veel last van.

Op een dag, toen mijn leven zelf een schaakbord was geworden, waarop mensen bewogen als waren het paarden of pionnen, besloot ik het schaakspel te laten wat het was en mij te concentreren op mijn schrijverschap, een ontwikkeling die mij mijn hele leven zou blijven achtervolgen. Schrijverschap, zo bedacht ik mij, ging gepaard met overmatige consumptie van bier, - ik las voornamelijk boeken van Bukowski, Miller en Reve - zodat ik na enkele maanden verslaafd was aan de alcohol en geen tijd meer had om aan mijn meesterwerk te schrijven.
Sommige mensen leren het nooit en één er van ben ik, maar het gezonde verstand, dat ik soms liever kwijt ben dan rijk, heeft mij behoed voor erger. Ook de nachtelijke drinkuitspattingen zijn tijdelijk geweest, er moest tussendoor ook flink geleefd worden, nam ik mij voor en daarom dronk ik minder. De schepping, hetgeen ik aanbad, was bij lange niet voltooid, stond nog zelfs in de kinderschoenen en zou, zonder dat ik er erg in had, voort duren tot de dag van vandaag.

uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 4) 
Hendrik schreef elke dag uitgebreide brieven aan de heren van de Sociale Dienst, die allen begonnen met de zin: Door mijn nijpende financiële toestand voel ik mij helaas genoodzaakt om een beroep te doen op mijn sociale zekerheid, gevolgd door een opsomming van lasten en kosten waarmee hij, al dan niet verzonnen, de laatste jaren te maken had gekregen, want betalen deed hij nooit iets, laat staan gemeentebelasting.

Hoe vaker hij zulke bedelbrieven schreef, hoe vaker hij ’s nachts doldraaide en een huishoudelijk apparaat van de balkonrand afduwde. Toen de afgedankte wasmachines eenmaal op waren – ik telde er in het begin zes! - , ging hij over tot koelkasten en magnetrons gevuld met bakstenen zodat deze bij de opslag uit elkaar konden spatten. Toen ook deze machines uit zijn huis waren verdwenen, sloopte hij met behulp van een breekijzer, een twintigtal houten vloerdelen uit zijn woning, die hij met een ongekend elan door de lucht liet zeilen, als ware hij wereldkampioen speerwerpen.

Ik zelf, die dit geheel van eigenaardigheden als vermaak ondervond, hield mij, behalve met het grootmeesterschap schaken, bezig met het consumeren van grote hoeveelheden wiet en hasj; daarnaast met boeken schrijven die nooit gepubliceerd werden om reden die mij door de diverse uitgeverijen niet verteld werd. Daarnaast vond ik het amusant allerlei keukengerei op punaises uit te balanceren, die ik in de woonkamermuur had gedrukt.

Ook had ik het plan gevat om mijn bovenburen, - of eigenlijk alle bovenburen op deze wereld -, uit te roeien en schreef ik in de nachtelijke uren aan een ingewikkelde totaaloplossing voor vervelende mensen.

uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 3) 
Hendrik noemde mij steevast Karpov, omdat ik mijn leven geschonken had aan het schaakspel. Groots was ik in het denken, groot ook de hoop op een ereplek in de top tien van de wereldranglijst. Het enige dat het succes ondermijnde, was het besef dat het reeds gefaald had; dat ik nooit grootmeester zou worden, omdat ik het spel niet begreep, omdat ik verre van kundig scheen te zijn in de schaakopening, een kluns in het middenspel was en eigenlijk helemaal niet kon schaken. Op kleine en grote toernooien speelde ik steevast op het allerlaatste bord, omdat ik voor de zoveelste keer mijn dame had verspeeld, - een fout die ik na twee jaar onafgebroken studeren nog immer niet weet te vermijden.

Ik begreep dus eigenlijk helemaal niets van het schaakspel, maar het streven naar een grootmeesterlijke titel vond ik wel iets moois hebben. Verder sloeg het nergens op.

uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel 2) 
Jaren terug ontmoette ik in de Paul Krügerstraat te Rotterdam Zuid een eigenaardige man genaamd Hendrik, die er als afwijking op nahield, zware voorwerpen zoals afgedankte koelkasten en wasmachines vanaf zijn balkon, ter hoogte van acht etages, in de tuin van een niets vermoedende onderbuur te gooien. Deze gehele actie ging altijd gepaard met het vooraf nuttigen van grote hoeveelheden blikken bier, tot hij het moment geschikt achtte een willekeurig gekozen huishoudelijk apparaat, die hij verzamelde als anderen postzegels of voetbalstickers, naar beneden te gooien. De buren zelf, oudere mensen die stokdoof waren, hadden eerder een wasmachine, die tot een meter diep in de bodem was geslagen, begraven.
uit: Het drek der aarde (Aan alles komt een einde, behalve aan ouder worden, deel1) 
Amersfoort, 12 oktober 2003
Zittend achter de schrijftafel bedacht ik mij zo-even dat de tijd gekomen is om de restanten van een geleefd leven, de eerste reeds volbrachte en achter mij gelaten drieëndertig jaar, schetsmatig op papier te zetten en zo het onafwendbare - de steeds dieper in het niets wegzakkende herinnering aan deze of gene, slim voor te zijn. Want de mens is meester in het vergeten; de ene herinnering verdringt langzaam de andere, totdat slechts schijn achterblijft dat nuanceloos, oppervlakkig en gedistantieerd is, waar niemand meer iets aan heeft, omdat stukken film verknipt, onderbelicht of verdwenen zijn.
18 oktober 2003 
(Uw lifelogger is heden weer eens in een internetcafé beland, met het doel om het Internet wederom met een post van 1kb te vervuilen.)

-knip-

Zoals het een goede lifelogger betaamd (lifeliegers opgelet!) begin ik te verhalen, hoe prachtig divers het bestaan wel niet is, om daarna rechtstreeks uit te wijden over ontblote meisjes die naakt door een groen weiland huppelen, snellend op weg naar de enige échte pleebooi die deze wereld heeft gekend.

Maar ook deze illusie, is, net als het ontdekken van geluk, schijn, zoals bijna alles op deze wereld schijn en illusie is. En dat van de eeuwige linkdumper, die zich zelf tot Hoge Heer bekroond heeft, om het domme, domme volk te amuseren, waarvan het reeds erelid is geworden.

-knip-

Het is makkelijk te beweren dat ik de fantasie van een weblogger gelijk een pot afgewerkte olie vind, want U kunt niet tot mij spreken zoals ik hier op dit moment doe tot U, Illusievolle Linkvanger. Uw belangen in dit leven is niet gelijk aan de mijne, dit wou ik dan ook graag zo houden, want stelt U zich eens voor hoezeer alles zich in chaos zou wentelen als iedereen gelijk mezelf was (dan zouden wij Nederland net zo goed kunnen verkopen of zich zelf laten opheffen!).

-knip-

Maar goed, ik stond dus in de Albert Heijn voor de kassa en toen vroeg een jonge vrouw mij: 'Zou U het prettig vinden, als ik uw kruis eens betaste, zo tussen neus en lippen door, want U lijkt mij iemand die altijd in de aanbieding is, goedkoop ook, zeg maar een hebbeding die men bij twee pakken wasmiddel of een product van soortgelijke strekking, gratis mee krijgt. De mensen vinden U niet prettig in de omgang en willen gaarne dat U mee wordt genomen.'
En ik antwoordde dat ik dat niet erg vond, dan was ik tenminste nog voor iets te gebruiken. Ik wou die vrouw het plezier niet ontnemen en toen kocht ze twee pakken karnemelk en zei tegen de cassiere:'Dan krijg ik die meneer als bonus er bij.' (Ik zal verder niet uitwijden over de daadwerkelijke daad, die ik met die dame in een, naar pis ruikende steeg, heb gehad.)

Even iets anders: Het drek der aarde, het boek waarmee ik mij de laatste maanden mee verbezig, is nog NIET af. Er wordt aan gewerkt, dus raakt U niet in paniek! Dat doe ik wel voor U! Ik begin pas! Lees ondertussen 'Nader tot U' van Gerard Reve, drink koffie (of thee) en wacht.

(Binnenkort een echt stuk uit het boek in wording, werkelijk leesvoer, want na deze post overgelezen te hebben, twijfel ik ernstig aan mijn eigen levensvreugde en of ik niet langzaam begin waanzinnig te worden.)

-knip-

Als mij iets overkomt, behoed dan Teigetje.
Essentie van het lopen (11 oktober 2003) 
Zoals elke fascinatie ophoudt - liefde, de eerste kus, dronken zijn - zo is ook het streven naar andermans leven een tijdelijk fenomeen. Ik herinner mij slechts enkele dingen uit de zomer 2003: Lucebert, hitte, Arnon Grunberg. Met de aanschaf van eerstgenoemde 'Verzamelde Gedichten' ter waarde van 60 euro is ook deze reitz opgeheven. Leven bestaat kennelijk uit het zoeken naar - en het opheffen van - persoonlijke prikkelingen.

Heden 11 oktober, verbaasde ik mij in een opwelling gepaard met hoeveelheden alcohol, over het feit dat mensen dikwijls naar de grond kijken tijdens het lopen. Ook ik, scheepsel van mijn vaders zaad, heb mezelf aangeleerd om te kijken waar ik loop. Het heeft niets met 'in gedachten verzonken zijn' of elk ander merkwaardig menselijke eigenschap te maken; de angst om met mijn schoenen in een net gelegde, versche hondendrol te trappen is groter dan de rest van alle gevaren. Bovendien geloof ik in de menselijke eigenschap dat ik leef om recht op te staan en gevaren, zoals het mestoverschot van een hond of kat, uit de weg te gaan.

Mensen lopen rechtop omdat ze leven, maar ook zij beseffen dat de aarde onder hun voeten ze dikwijls wil opslokken, want dat is wat er met hen gebeurt aan het einde van dit weelderige bestaan. Mensen hebben de neiging om te vallen als een klein kind, ze vermijden het door recht op te lopen en te kijken opdat ze niet struikelen. Mensen houden er van om naar gevaar te kijken, daarom kijken mensen naar hun schoenen in plaats van de mensen, telkens in hun achterhoofd hebbende dat zij gevaar lopen om op een akelige manier te vallen en zich aan hun hoofd te bezeren, of zelfs open te spatten.

Zie! Welk gruwel de mens niet overkomt! Zijn hersenen liggen daar en hij heeft nog niet eens zijn leven volbracht! Laten wee drinken op des broeders dood. Opdat zijn ziel de gnade vatte.
Leven in wording (9 oktober 2003) 
Wat doet een mens om niet te verkommeren in werk, geld en idealisme? Niet drinken bovendien, slechts fris en water, koffie voor de bonen, water van de kraan? En schrijven als een bezetene, telkens weer opklimmen tegen die ellendige berg van woorden die voor hem staat als een muur die niet te beklimmen valt.

En toch prutst hij onbezonnen verder, de man in het donker, in de avonduren met liters rooibos thee op een aftandse computer die luistert naar de naam 'schroothoop'. Dingen als 'levenswerk', 'AKO literatuurprijs' en 'wonen in New York met geile tjiks' spoken reeds door zijn hoofd. Kijk, hoe deze man een vale glimlach op zijn mond probeert te toveren!

Ik zal heen gaan. En ik zal me vermenigvuldigen. Maar eerst moet er nog een boek geschreven worden.
Rubriek (7.10.03) 
Wist U al dat het leven gelijk staat aan een passagier die in een neerstortend vliegtuig zit en haastig probeert zijn leventje op een notitievelletje samen te vatten?

Wist U al dat de enige belemmering om een boek te schrijven gevormd wordt door de schrijver zelf? Een boek schrijven staat namelijk gelijk aan masturbatie, gerichte masturbatie waarbij de schrijver tracht zijn chaotisch gerichte, geile fantasieën ordelijk op een rijtje te zetten. En dat valt niet mee, dat is afzien. Dat is vechten met je eigen geest.

Chaos is namelijk chaos en de fantasie onverbiddellijk. Oneerlijk ook, want nooit geordend, altijd in de weer en afgeleid door nieuwe fantasmen.